Voor Max Verstappen eindigde de tweede Formule 1-race van 2018 in een teleurstelling, door een botsing met Lewis Hamilton moest hij de race voortijdig stoppen. Dit weekend stalen andere coureurs de show op het Bahrain International Circuit. Onze F1-kenner Joe van Burik legt uit wie en waarom.

Sebastian Vettel

Als je de race weet te winnen, ben je eigenlijk sowieso een held. Maar de manier waarop Sebastian Vettel dit seizoen voor de tweede maal op rij wist te zegevieren, verdient extra veel lof. De Duitser kwam van pole position, maar wist dat zijn Ferrari eigenlijk nog steeds minder goed ontwikkeld is dan de Mercedes van voornaamste concurrent Hamilton. Enig voordeel: Hamilton startte deze race als negende, als gevolg van een gridstraf, waardoor diens teamgenoot Valtteri Bottas Vettels grootste bedreiging vormde.

Reden te meer voor de Duitser om uiteindelijk voor een riskante strategie te kiezen: Vettel wisselde na achttien ronden zijn snelle supersoft-banden voor iets duurzamer soft-rubber – maar zou daarmee niet zo lang kunnen doorrijden als Bottas, die eenmaal stopte voor de nóg sterkere medium-banden. Aanvankelijk wilde de Ferrari-kopman nog een tweede stop maken voor verse supersoft-banden, maar dat zou bij nader inzien teveel tijd kosten.

Dus moest Vettel in een bloedstollende slotfase de veel snellere, op minder afgesleten banden rijdende Bottas van zich af zien te houden. Nota bene nadat Ferrari-teamgenoot Kimi Räikkönen was uitgevallen door een gevaarlijk pitstopongeval, waarbij een monteur met een gebroken been werd afgevoerd. Tegen alle verwachtingen in wist Vettel de leiding te behouden om zijn 49e zege in 200 Grands Prix te scoren. Zonder meer één van de knapste overwinningen ooit.

Pierre Gasly

Als het gaat om verwachtingen overtreffen, scoorde Pierre Gasly zowel persoonlijk als met zijn team Toro Rosso buitengewoon sterk in de Grand Prix van Bahrein. De Fransman reed pas zijn achtste Formule 1 Grand Prix, nadat hij tegen het einde van vorig jaar plots Daniil Kvyat mocht vervangen. Eerder leek het juniorteam van Red Bull jarenlang terughoudend met het laten debuteren van Gasly in de allerhoogste formuleraceklasse – hij wist nooit écht te overtuigen met zijn kwaliteiten, mede omdat ‘ie gedurende een periode van drie jaar in zijn carrière geen enkele race wist te winnen.

Ook Honda stond er niet bepaald florissant voor tot de race in Sakhir van afgelopen zondag. De Japanse motorleverancier wist in drie armlastige jaren met McLaren slechts een paar vijfde plaatsen als beste resultaten te behalen. Van de deal met Toro Rosso vanaf 2018 (terwijl McLaren nu met Renault op podiumfinishes wil jagen) werd dan ook weinig verwacht – al waren de eerste resultaten in de tests voor dit seizoen wel bemoedigend.

Zaterdag wist Gasly zich in de kwalificatie al op een zeer knappe zesde plek te positioneren; in de race werd dat door uiterst solide stuurwerk zelfs een vierde plek, achter Vettel, Bottas en Hamilton. Dat is overigens niet alleen de verdienste van de Fransman en motorische verbeteringen uit Japan – ook de Italiaanse thuisbasis en Britse dependance van Toro Rosso hebben hard gewerkt aan enkele verbeteringen aan de bolide van het team. De wagen kwam op het Bahreinse circuit met z’n gladde asfalt en combinatie van snelle en langzame bochten veel beter tot z’n recht dan op het hobbelige stratencircuit waar de openings-GP van Australië werd verreden.

Marcus Ericsson

Van alle namen in de top tien na de Grand Prix van Bahrein valt die van Marcus Ericsson nog wel het meest op. Want hoewel de Zweed bekend staat als een van de meest kleurloze Formule 1-coureurs van het hele veld, slaagde hij er wel in om met een negende plaats de eerste WK-punten in lange tijd te behalen voor achterhoederenstal Sauber.

Hoewel je zou kunnen beargumenteren dat dit vooral de verdienste is van Alfa Romeo, dat als nieuwe titelsponsor voor een grote bak ontwikkelingsgeld heeft gezorgd, vertelt de veertiende plek van Charles Leclerc een ander verhaal. De Monegask wordt immers gezien als hét nieuwe talent van Ferrari, maar geeft zelf toe dat hij teveel z’n best doet om hard te gaan met de auto. Kudos voor Ericsson dus: hij laat zich niet zomaar om de oren rijden door een van de grootste beloftes in de Formule 1 door als eerste dit jaar een onverwacht goede klassering te behalen voor het team.