Toen Peter Huijbers in 2010 een Dacia Duster kocht, was hij een van de eersten. Nu, bijna 8 jaar en 217.000 kilometer later, is hij de ideale ervaringsdeskundige om de nieuwe generatie te beoordelen. Is ‘nummer 2’ meer Duster dan ooit?

Peter Huijbers (60, Nieuwegein)

Dacia Duster 1.5 DCi (2010)

‘Ik heb in 217.000 kilometer niet één keer problemen gehad’

DIT BEVALT GOED

4X4: ‘Met die vierwielaandrijving brengt hij me echt overal, door weer en wind.’
Ruimte: ‘Ik ben een hobbyist, versleep van alles en het past er allemaal in.’
Betrouwbaarheid: ‘We hebben nog nooit iets met onze Duster gehad, tot nu toe is hij onverwoestbaar.’

DIT KAN BETER

Kaal: ‘In 2010 zat er echt niets op de basis-Duster. Zelfs een middenarmsteun was alleen verkrijgbaar als optie.’
Lawaaiig: ‘Je hoort de dieselmotor, de banden en veel windgeruis. Hij mag wel stiller!’
Slecht geluid: ‘De standaardradio was echt waardeloos; die heb ik meteen vervangen.’

De Roemenen maken van de Duster een auto die zeer het overwegen waard is

Als we het over voltreffers in de autowereld hebben, dan hoort de eerste generatie Dacia Duster zeker in dat rijtje. In 2010 deed het Roemeense merk onder de vleugels van Renault een gouden greep met de introductie van de compacte maar ruime en vooral voordelige SUV. De doe-maar-normaal-auto viel ook in de smaak in Nederland, waar mensen zoals Autocar-volger Peter Huijbers uit Nieuwegein bij bosjes vielen voor de charmante no-nonsense van deze Dacia. Ondanks dat er op detailniveau heel wat op de Duster aan te merken was, deed hij precies wat veel mensen verlangden. Of zoals Peter het zelf zegt: ‘Voor niet al te veel geld kocht je een gloednieuwe en ruime auto die veel vertrouwen gaf. Omdat ik toen als verpleegkundige veel kilometers reed koos ik voor de 1.5 DCi diesel, en na 217.000 kilometer zonder enig probleem heb ik er nog altijd geen spijt van.’

Nu de nieuwe generatie Duster – een grondige doorontwikkeling van het vorige model – in de showrooms staat, zoek je tevergeefs naar een diesel. Die is in ons land uit de prijslijsten gehaald omdat de bpm-toeslag hem te duur zou maken, zodat je alleen kunt kiezen voor een 1,2-liter viercilinder op benzine met 125 pk. Vanaf mei wordt ook de SCe 115 Bi-Fuel leverbaar die op lpg loopt. Naar wens is de Duster nog altijd leverbaar met een inschakelbaar 4WD-systeem, waarmee hij verrassend goed door slecht terrein zou moeten komen. Daarom zetten we in het gezelschap van Peter, die zelf ook een Duster met 4×4 koos, koers naar Nijmegen voor een ultieme praktijktest op het asfalt én in de blubber.

Hoe zit het met de techniek?
Het feit dat Dacia in principe gebruikmaakt van beproefde Renault-techniek zorgt dat er weinig technische problemen zijn voor het merk. Bij de nieuwe generatie Duster is er geen reden aan te nemen dat dit verslechtert. De robuuste dieselmotor uit Peters auto is weliswaar van de prijslijst verdwenen, maar de 1,2-liter viercilinder turbobenzine staat bekend als een behoorlijk solide motor en ook de rest van de techniek is zo simpel mogelijk gehouden. Geen overbodige poespas met instelbare onderstellen, actieve motorsteunen of andere ingewikkelde elektronica, maar stevige spullen die tegen een stootje kunnen. Het meest hightech is het nieuwe 360-graden camerasysteem dat helpt bij inparkeren en manoeuvreren in het terrein, en van de eventuele vervanging van zulke eenvoudige camera’s is nog nooit iemand failliet gegaan.

Nog steeds zo kaal?
Peter: ‘Je weet dat je voor 16.000 euro geen super-de-luxe auto koopt, maar de eerste Duster uit 2010 vond ik wel érg kaal. Ik hoef geen lichtmetalen wielen omdat die snel beschadigen, maar zelfs een middenarmsteun was een optie, je moest de cruisecontrol zelf inbouwen en ga zo maar door. Met wat extra’s, een dieselmotor en vierwielaandrijving zat ik ineens op 26.000 euro!’ Hoewel de nieuwe Duster veel luxer is aangekleed met onder meer vier elektrische ramen, een DAB+-radio met usb-poort en een snelheidsbegrenzer, moet je bij de Essential-editie zaken als een handbediende airco (+595 euro), parkeersensoren (+195 euro) en navigatie er los bij bestellen. Alleen al vanwege de cruisecontrol is het wijs om te kiezen voor de Comfort, die 20.680 euro kost. Dodehoeksensoren, klimaatregeling en multiview-camera zijn voorbehouden aan de Prestige. Hoewel de meerprijs van elke optie niet hoog is, stijgt de prijs van een afgeladen Duster 4×4 opnieuw al snel richting 26.000 euro. Ook jammer: er zijn weinig actieve veiligheidssystemen. Wel is het stuur voortaan in diepte verstelbaar, wat leidt tot een aanzienlijk betere zitpositie.

Dussster
Zodra Peter zijn eigen diesel-Duster start hoor je het meteen: het is geen stille auto. ‘Je hoort heel duidelijk dat ze op isolatie hebben bezuinigd. Dat is bij lange ritten wel eens irritant en een van de weinige minpunten aan de auto.’ Die klacht kreeg Dacia van meer klanten, dus maakten de Roemenen de voorruit 0,35 millimeter dikker, pasten ze hoogwaardigere kit toe en werd de motorruimte bij sommige gedeeltes wel 50 procent beter geïsoleerd. Het resultaat mag er zijn: hoewel de benzinemotor sowieso al een stuk geraffineerder werkt dan het oudere dieselblok, met een aangenaam soepel karakter bovendien, brult en suist de Duster minder tijdens het rijden. Nog altijd hoor je de wind nogal, vooral rond de spiegels, maar erg storend is het niet, terwijl het onderstel onverminderd ontspannen is. Het reiscomfort vormt de grootste stap voorwaarts ten opzichte van de vorige generatie. Een Duster laat zich nog steeds comfortabel en licht bedienen, maar bevalt nu ook op langere ritten een stuk beter, niet in de laatste plaats door de ruimere stoelen.

4WD: daar kom je verder mee
‘Ik moet altijd lachen als het gesneeuwd heeft. Dan staan mensen in de buurt te ploeteren om de straat uit te komen, terwijl ik mijn Duster in 4×4-modus zet en overal kan komen. Alleen daarom zou ik altijd de 4WD-versie kiezen. Je betaalt er bij de nieuwe 3.000 euro extra voor maar je komt er verder mee én het geeft een veilig gevoel.’ Normaal gesproken heeft de Duster aandrijving op de voorwielen, maar
met een draaiknop tussen de voorstoelen kun je de achterwielen bijschakelen. In de stand Auto regelt de elektronica alles zelf, draai één standje verder en de Duster zet het systeem vast op permanente vierwielaandrijving. De tamelijk simpele techniek blijkt nog altijd effectief. In de handen van Peter ploegt de Duster ondanks zijn gewone straatbanden zonder enige moeite door de kleiige blubber. Door de korte voor-
en achterbumper loopt hij bovendien niet snel vast op heuvels, terwijl de benzinemotor over voldoende pit beschikt om de 1.292 kilo omhoog te sleuren. Nieuw bij de tweede generatie Duster is een afdaalassistent, de Hill Descent Control, die de Roemeen met gecontroleerde remingrepen van hellingen laat kruipen. Peter is terecht onder de indruk van dit hulpmiddel. ‘Dit heb ik met mijn eigen auto nog nooit gedaan, maar het gaat verbluffend makkelijk. Mooi om te weten dat je auto uit de lastigste situaties kan komen, zelfs al sta je 40 graden schuin op een helling.’


Wil jij weten waar de volgende #BesteStuurlui de volgende keer is? Stap in en meld je aan voor onze nieuwsbrief.

Het hele artikel lezen? Je vindt meer bevindingen van Peter  in onze maart-editie.


Wil jij een keer een Dacia of een andere auto testen? Geef je dan op als testrijder