Hoe groot je angst voor spinnen ook mag zijn, de Alfa Romeo Spider wekt alleen begeerte op. Anders dan het vooroordeel wil is hij ook nog eens behoorlijk betrouwbaar. 

Je struikelt vandaag de dag over de advertenties die getuigen van een hevige klassieker­koorts, zodat zelfs de prijzen van een flutauto door het dak gaan. Toch, af en toe, als je heel goed oplet, zit er ook wel een auto tussen waar terecht de claim ‘toekomstige klassieker’ boven staat. De Alfa Romeo Spider uit de periode 1995 tot 2006 is er zo een. Volgens schattingen zijn er nog maar zo’n duizend exemplaren van de Spider uit de 916-reeks over, meestal 2.0 Twin Sparks van 1999 tot 2005. De Spiders met 3,0-liter en 3,2-liter V6-motoren zijn al helemaal zeldzame beestjes geworden, net als de coupéversie GTV. Prijzen variëren van 2.000 tot 16.000 euro, maar 5.000 euro is genoeg om een fatsoenlijk exemplaar op de kop te tikken.

Het ontwerp van Pininfarina heeft de tand des tijds glansrijk doorstaan. Hoewel smaken natuurlijk verschillen, vinden de meeste liefhebbers de Spider mooier dan de GTV. Beide modellen hebben een beschermlaag waarbij veel plastic is gebruikt, vooral aan de voorkant. Zodoende komt corrosie niet veel voor en áls het al voorkomt is het waarschijnlijk het gevolg van een slechte reparatie na een aanrijding. Let daarop bij de aanschaf, want een toekomstige klassieker die onder je kont vandaan roest is in feite een klassieker zonder toekomst.

Waar moet je op letten?

  1. Motor
  2. Onder de kap
  3. Transmissie
  4. Wielophanging
  5. Carrosserie

Ontdek ons uitgebreide advies over de Alfa Romeo Spider in de nieuwste editie van Autocar.